Over mij
Rose-Marijke Weiss is opgegroeid in het Groningse Haren.
Op jonge leeftijd had zij een ballet carrière voor ogen. Ze deed de klassieke dansopleiding bij het Operaballet o.l.v. Francoise Adret in Amsterdam , bij de legendarische Olga Preobrajenskaya en Madame Nora Kiss in de befaamde Studio Wacker in Parijs en zij danste kort bij het Nederlands Ballet o.l.v. Sonia Gaskell in Den Haag. Met één woord vat ze haar opleiding samen: discipline. Ze moest met het klassiek balletdansen stoppen want ze werd voor die tijd te lang!
Ze trouwde jong en verhuisde weer naar Amsterdam waar ze zich in het bruisende leven van de zestiger jaren stortte en werkte enige jaren in de internationale modewereld. In de jaren zeventig gewerkt in Londen voor Chloé van de befaamde ontwerper Karl Lagerfeld. Zo rond haar 40ste en inmiddels alleenstaand ging ze op zoek naar zichzelf en de diepere lagen van het leven. Onderweg vond ze opnieuw de kunst. Vrijer dan voorheen maar met de steun van de discipline die ze opdeed als danser zocht ze zich een weg.
Haar zoektocht ging dieper en verder. In de moderne cultuur zijn spiritualiteit en wetenschap uiteengevallen. Terwijl het juist steeds duidelijker wordt dat de ontwikkeling op alle gebieden met elkaar samenhangt. Ze raakte geïnteresseerd in transpersoonlijke psychologie, deed een vierjarige opleiding esoterische wetenschap in Amsterdam. Op congressen en symposia in Europa, Amerika, Australië en Zuid-Afrika kwam ze met ontwikkelingen op New-Age gebied in aanraking. Ze ontwikkelde een grote belangstelling voor de Australische Aboriginals en de Indianen, want dat zijn culturen waar kunst, spiritualiteit, wetenschap en het dagelijkse leven met elkaar samenhangen.
Vanaf 1982 volgde avondlessen aan de Haagse Academie in architectonische vormgeving . Vanaf 1983 bezocht ze de Schule des Sehens, opgericht in 1953 op de Festung Hohensalzburg in Salzburg door Oskar Kokoschka waar zij o.a. studeerde bij Prof. Giselbert Hoke. Zij verbleef daar elke zomer tot aan 1995. Door een contact in Salzburg werd ze in 1996 uitgenodigd in Dresden te exposeren met haar grafisch werk. In deze kunststad bij uitstek en gezien haar veelzijdige achtergrond voelde zij zich hier meteen thuis. Dit was dus kort na de "Wende" en het resulteerde in een langdurig verblijf en in de sfeer van het Duitse expressionisme vond ze daar haar weg. Nu, na bijna 25 jaar van werken en exposeren, een eigen atelier en een lidmaatschap van Der Neuen Saechische Kunstverein ligt deze stad haar nog altijd zeer na en verblijft daar nog regelmatig
In haar leven tekende zich steeds duidelijker een lijn van verzet af, waarin ze zich verwant voelt met de surrealisten en dadaïsten, tegen het maatschappelijk pantser van de conventionaliteit, de hypocrisie en het verdoezelen van de waarheid. Het streven naar een absolute vrijheid van haar ideeënwereld, de mogelijkheid van vrije verbeelding en toevalligheden werden in haar werk steeds belangrijker. Tegen het eenzijdig uitoefenen van de rationaliteit en het denken, het overwaarderen van de techniek, ook in de kunst. De gedachten van Carl Jung, metafysische systemen (alchemie, astrologie, mythologie) spraken haar zeer aan. De begrippen die hij ontwikkelde: het collectief onbewuste, de archetypen, het onbewuste bewust te maken.
Door schijnbare tegenstellingen te verenigen ontstaat een nieuwe werkelijkheid .
In 1997 ontstaat een serie keramische schalen gerealiseerd bij "Struktuur'68" in Den Haag. Vanaf 1997 is er een samenwerking met de Porceleyne Fles in Delft en ontwerpt een serie schalen, vazen en tegels in oplagen. In 1998 begint ze glassculpturen te vervaardigen.
Rose-Marijke exposeert in binnen- en buitenland, de laatste jaren voornamelijk in Duitsland.
Lid van Stroom HCBK Den Haag sinds 1984, lid Kunstenbond FNV sinds 1988, lid Pictoright sinds 1997, lid Der Neuen Saechsischen Kunstverein e.V. in Dresden/Duitsland sinds 2005. Werkend lid Haagse Kunstkring, afdeling Beeldende Kunst en Design Architectuur, sinds december 2021.
Tekst geschreven door L.A. Daane Gallery, Amsterdam .Op een lyrische wijze toont Weiss in haar abstracte werken een kwaliteit van heel vitale elementen. Het abstracte versluiert als het ware een concrete behoefte om expliciet te zijn. Dat is zij ook in haar werken op papier. Het driftige, het directe van emotie is afleesbaar en invoelbaar. De benadering van het papier is direct, elementair. Zij laat ons aan de hand van een reeks van werken invoelen wat haar motieven zijn. Deze zijn vooral een sterk hedendaagse interpretatie van abstract expressionistische uitgangspunten welke een bijna onbeperkt persoonlijk emotioneel handschrift niet in de weg staan. Het is het ordenen via een registrerende thematiek van een picturale werkelijkheid welke zij tot zich heeft genomen en een uitdaging vormt daar hard op in te werken. De subtiele ondertonen van de jaren 50 maken het tot een melodie van toon, toets en observatie waarin de kijker een eigen spel mee kan spelen.
